Er was eens
een sprookje
Er was eens, ergens in een niet zo heel ver verleden, een man, die vanuit het koude vochtige noorden (dat wij zo goed kennen), in de geelrode warmte terechtkwam van een toch niet zo heel ver land. De zon voelde zich al eeuwen erg welkom in dat land en hield zoveel van de mensen, dat zij hen een mooie, getaande huid en een heerlijke 'joie de vivre' bezorgde. Ook de mensen hielden onvoorwaardelijk veel van die reusachtige zon en brachten haar dagelijks eerbetoon door zoveel mogelijk tijd bij haar door te brengen. De zon kwam met plezier elke dag op om voldoende tijd met haar mensen door te brengen en al gunnen ze elkaar altijd voldoende slaap, toch waren die mensen zo vol van hun levengevende zonnebron, dat zij er ook na zonsondergang niet over wilden zwijgen. Uit al die wederzijdse liefde en respect, ontstond de inspiratie voor de prachtigste verhalen, die de mensen aan elkaar door vertelden, midden op het dorpsplein, onder de grote baobab.
Hoewel deze mensen zich door al deze pracht best wel rijk, gelukkig en voldaan voelden, werden zij door andere mensen, mensen van veraf, eerder arm en ongezond genoemd. Deze anderen mensen die hen zo zwart afschilderden, kenden dat gevoel niet. Zij hadden ook niet zoveel zon als voedingskracht, en straalden zelf ook niet zoveel warmte uit, waardoor de zon ook minder graag en soms ook uitZONderlijk weinig tot bij hen kwam. Deze mensen vulden zich veel meer met theorieën en hersenspinsels, wat hen vaak zo verwarrend en knettergek maakte, waardoor ze zelf gingen geloven dat dit hun geluk en voldoening moest zijn. Och, arme mensen.
Maar niet zo met die ene man. Hij was op zoek naar meer, en zijn intuïtie overtuigde hem ervan dat hij dat in dat land, dat land van die grootse zon, ook zou vinden. Zo werd onze man betoverd door deze magische rijkdom, die langzaam maar zeer zeker tot hem doordrong, tot in elke vezel van zijn lichaam, van kop tot tien tenen toe. Hij vestigde zich er temidden van de zonnemensen met zijn vrouw en kreeg zonnige wolkjes van kinderen.
Na vele jaren dacht die man terug aan zijn land van oorsprong en niet dat hij dit zo erg miste, maar vooral wou hij deze rijkdom en verhalenpracht delen met anderen mensen die gevoed wilden worden door deze verhalen. Na zijn terugkeer zag die man er nog altijd hetzelfde uit, maar geloof me vrij, binnenin ziet hij zonnezwart, in elke vezel van zijn lichaam, en nog steeds van kop tot tien tenen toe.
De mensen die kwamen luisteren, kwamen nog vaak terug, en zij leefden nog lang en gelukkig.
Dit verhaal draag ik op aan Noël Yperman, die op VIA Afrikaanse verhalen kwam vertellen op 15 september '99. Hij heeft jaren in Zaïre gewoond en kan héél boeiend vertellen!
Joen De Queker, namens de Afrika Werkgroep .