"Wij reizen om te leren" en leren is ook werken aan jezelf!
Net terug uit Korea...
De folklore van Korea gaat terug tot Tan'gun rond ± 2333 voor Chr. Andere onderzoeken gaan tot 30.000 v. Chr. op dit schiereiland dat China en Japan als buurlanden heeft. Mijn herinnering over dit land gaat terug naar 1950-53, de Korean War, waardoor dit land op gruwelijke wijze werd verdeeld: Noord-Korea gesteund door de USSR en Zuid-Korea dat de hulp kreeg van de V.N. Toch weet ik nog zeer goed hoe mijn familie zich, kort na de oprichting van de V.N. in 1950, opnieuw bedreigd voelde en er een W.O. III had kunnen volgen. Het bleef beperkt tot de verdeling van dit land, maar daar is de schade tot op de dag van vandaag nog duidelijk merkbaar. Als Zuid-Korea met de hulp van de U.S.A. zich sinds 1980 kon opwerken, staat Noord-Korea vandaag als n° 1 van de 10 landen waar verdrukking, armoede en verdriet troef zijn (zie Newsweek 9 juli 2001). 2: Afghanistan, 3: Sierra Leone, 4: Sudan, 5: Angola, 6: Tajikistan, 7: Democratische Republiek Kongo, 8: Albanië, 9: Haïti, 10: Irak.
Als VIA en SCI. in Zuid-Korea dit jaar vrijwilligers de kans geven hun steentje bij te dragen om internationale samenwerking aan de basis te bevorderen, weet ik waarvoor ik kies. 1: helpen op een boerderij ± 300km ten Zuiden van Seoul bij Jeonju, 2: helpen op een leliekwekerij ± 78km ten Noorden van Seoul vlakbij de D.M.Z. (De-Militarised-Zone). Ik doe dit niet alleen omdat lelies mijn lievelingsbloemen zijn. Actief zijn naast en binnen VIA is een levensstijl en een zeer boeiende en interessante manier om te reizen en andere culturen te leren kennen. Bovendien zijn gezinnen welkom, dus is er veel kans dat er niet alleen piepjonge mensen zullen zijn.
Een stukje voorgeschiedenis
Ik beweeg me liever als een geïntegreerd bezoeker dan als een geïnteresseerd toerist.
In 1986 deed ik dat in Nicaragua om de Sandinisten te steunen samen met de vakbond ACOD-onderwijs. Later koos ik om via VIA naar Marokko en de USA te gaan. En zo kreeg ik de smaak te pakken om loopbaanonderbreking te nemen en China, Pakistan, India, Hongkong en Nepal en ook 9 landen van de westlob van Afrika te leren kennen. Weliswaar zonder te werken...
Het is 1992 en de USSR valt uit elkaar omdat Gorba zich in alle bescheidenheid met nieuwjaar terugtrekt. In juli en augustus zijn er mogelijkheden om in Kazakstan en Letland te werken met sociaal achtergestelde kinderen. Zo rond ik die 14 maanden af en bereid me voor om in september terug les te geven in Antwerpen.
In 1993 kies ik ervoor om 2 werkkampen in Japan te ervaren en ook daar rond te reizen gedurende mijn zomervakantie. Daar hoor ik zeer intolerante uitingen over de Koreaanse buren die langs de Japanse Zee de stranden van Cottori (die wij moesten schoonmaken) bevuilen -alsof de Japanse bevolking met hun vuurwerkgekte zo ecologisch verantwoord leeft-. Die zomer overlijdt Koning Boudewijn en de Japanse deelnemers aan dit werkkamp zijn verbaasd over m'n kritische houding t.o.v. ons koningshuis maar ook t.o.v. de relatie tussen de Japanse keizer Hirohito en de Belgische koning.
In 1994 kies ik voor Alaska, in 1995 en 1996 voor Australië en op het einde van een tweede jaar loopbaanonderbreking word ik opnieuw in W. Virginia gevraagd om deel te nemen aan eenzelfde project als in 1989 met enkele zelfde medewerkers. Via VIA wordt mijn honger om 'de wereld als een dorp' beter te leren kennen gestild. Niet altijd een makkelijke klus als alleenstaande vrouw ouder dan 50 jaar. Maar ik was nooit ziek, altijd werklustig en 'k probeerde dan ook steeds die kritische kleine burger te zijn die solidariteit hoog in haar vaandel draagt zonder te vergeten in alle respect open te staan voor andere culturen en me aan te passen aan de codes die ter plaatse gebruikt worden.
In 1997 is Groenland een uitdaging als fervente wandelaarster in zowat heel West- Europa met of zonder m'n leerlingen-studenten. Ik wou wel eens wat anders dan de leiding nemen en gewoon deel-nemen was m'n leuze en keuze. Een succes en een aanrader voor al wie van het noorden houdt. Weer was ik niet ziek of lui, wat niet van alle deelnemers kan gezegd worden.
Daarnaast vind ik het boeiend als "ambassadrice" ons kleine soms erg verdeelde landje die andere bekendheid te gunnen dan zijn taalstrijd e.a. soms zeer kortzichtige politieke ontwikkelingen.
Als leerkracht krijg ik in 1997 de kans om anderstalige nieuwkomers te onderrichten in het Nederlands en word ik geconfronteerd met families uit Armenië, Kirgizië, Azerbeidzjan en andere landen van het G.O.S. Zodoende kies ik om tijdens de zomervakantie van 1998 te werken in een vakantieverblijf voor gehandicapte kinderen in Armenië en in 1999 in Wit-Rusland in 2 projecten die kleine dorpsgemeenschappen zouden moeten steunen in een recreatiedomein. De logistieke steun ontbreekt soms, maar de contacten met zeer bereidwillige plaatselijke deelnemers zijn zeer positief en intens.
In het jaar 2000 word ik geweigerd in Palestina en IJsland. Dat belet me niet vrienden op te zoeken in Rwanda, Tanzania en Uganda waar zij actief zijn als dokters.
En uiteindelijk: Korea!
2001, het jaar van de vrijwilliger, is dan weer de uitdaging om een nog niet bezocht land te vinden: Korea. Waarom Korea? Deze vraag moet ik meerdere malen beantwoorden. Ten eerste omdat ik van lelies hou en werken op een boerderij zou volgens mij een burgerplicht moeten zijn voor elke afgestudeerde. Geen soldaatje "spelen", maar weten waar je voedsel vandaan komt, met alle respect voor landbouwers...
Als we bij Jeonju in het volkshuis van het dorp Jucheon aankomen, wacht ons een echte Koreaanse maaltijd. Kleverige rijst (links!), hete pikante soep rechts en drie kleine gerechten waarvan één steeds gimchi. Dit is het traditionele gerecht en mag bij geen enkele maaltijd ontbreken. Elke Koreaanse vrouw moet gimchi kunnen bereiden. Volgens hun kooktemperamenten zijn er ook vele variaties. De basis is Chinese kool die eerst gespoeld en dan gezouten wordt. Daarbij wordt de zeer typische pikante chilimengeling gevoegd en fijngehakte witte radijs, wortels, look, gember, ui en bruine suiker naar smaak. Dit alles wordt bewaard in typische ceramische gimchipotten.
Na deze heerlijke maaltijd op de grond die toch wel bij de meesten van de buitenlanders in de smaak valt is er een ellenlange vergadering over de werking in dit kamp. Hier worden de jonge studenten tussen 19 en 25 klaargestoomd om verantwoordelijkheid te dragen, eerst in eigen land daarna in het buitenland. Dat gebeurt vooral in hun moedertaal; hun engels is zeer arm. Toch hadden wij, de 7 buitenlanders, in Seoul kennisgemaakt met een familie, want eenieder van ons die de dag voordien aankwam werd opgehaald en opgevangen in een gezin waarvan minstens één lid zeer actief is in SCI Korea. De organisatie werkt volledig op vrijwilligers en sponsors. Deze mensen -van bankier, zakenman, ouder tot student- gaan met elkaar zeer respectvol om en werken allen zéér hard.
Als buitenstaander is dit even wennen want zo worden wij onderweg van Seoul naar Jeonju telkens opnieuw verwend door andere steunende leden van SCI Korea, die we echter slechts even ontmoeten. Heerlijke maaltijden, bezoek aan een Folkvillage waar we kennis maken met de cultuur, museumbezoek, weer getrakteerd worden op ijsjes en drankjes...
De eerste werkdag start om 7 uur met appél in legerstijl. Op 2 rijen, in de houding -militair!- staan en telkens per 2 goed of afgekeurd worden nadat de bevraging van de kampleider word beantwoord. Wie word afgekeurd moet achteraan opnieuw aanschuiven, wie het goed doet mag eten ophalen. 's Morgens zowel als s'middags en s'avonds eenzelfde uitgebreide maaltijd van rijst, soep en 3 kleinere hapjes zoals vis, vlees, ei of een slaatje.
Om 8 uur wordt het werk besproken, meestal in de Koreaanse taal. We gaan met z'n allen, ± 30 mensen, rijstvelden wieden. Het regent en we staan barrevoets tot 20 cm in het water. Meermaals zak je tot op kniehoogte in de zachte kleverige aarde. Wanneer de rijstboer ons voorgaat en toont hoe het moet, wordt hij nat net zoals wij, maar hij doet dit zonder één slijkspatje. Als wij 's middags willen te eten krijgen, moeten we ons eerst helemaal wassen en verschonen. In de namiddag wordt dit herhaald, zodat we die dag 4 maal tot op ons hemd drijfnat worden.
Na de avondmaaltijd is er weer een strikt geleid avondprogramma dat vooral in het Koreaans gevoerd wordt. Gelukkig worden er spelletjes gedaan en de taal van het spel is universeel. Rond 23 u legt iedereen zich te ruste, iets wat niet altijd rustig verloopt in dit klein huis van 4 kamers waarvan één de keuken is (en middenin de inkomhal ligt die voor alles dienst doet en waar we amper met 30 medewerkers in een cirkel kunnen zitten). De vloer wordt s'nachts verwarmd en bezorgt de autochtonen toch die aangename sfeer die de allochtonen voelen door een matrasje, slaapzak of laken. Zij hebben in het beste geval een houten blokje als hoofdkussen. Zij slapen in de kledij waar zij de volgende ochtend op het appel verschijnen. Bijna de helft van de groep, zowel binnen- als buitenlanders, hebben een huiduitslag op de benen. Ik ben één van de weinigen die niet geplaagd wordt door een mazelachtige aandoening...
De tweede dag moet er niet in de rijstvelden gewerkt worden. Ginseng- en rode pepervelden moeten ook gewied worden. Wieden is een intense lichaamsinspanning, maar geeft wel enige voldoening als je merkt hoe netjes een veld er daarna bijligt. 's Avonds is er caladril, een roze papperige vloeistof om de huiduitslag van de slachtoffers te verzachten.
Enkel op zondag moeten de allochtonen niet werken, de autochtonen wel. Wij gaan op stap in de nabijgelegen stad en worden getrakteerd op bibimbap een heerlijk heet gerecht op basis van rijst, groenten, ei, sesamolie en Koreaanse chilicrème dat in het beste restaurant van Jeonju niet alleen door buitenlanders maar ook door binnenlandse toeristen geapprecieerd wordt. We bezoeken het Haisan provinciaal park waar twee pieken 'The Horse Ears Mountain' de kroon van het landschap vormen. De oostelijke piek is 678m en wordt mannelijk genoemd, de westelijke piek is 685 m en wordt vrouwelijk ingevuld. De Tapei pagode staat er beneden tussenin en heeft een unieke structuur met z'n honderden kleine stupaformaties die zich zonder kleefstof rechthouden. Jammer genoeg wordt al deze schoonheid natgeregend. De moesson laat zich gelden. Gelukkig is er het Jeonju National Museum dat een uitgebreide collectie kunst, folklore en geschiedenis tentoonstelt en gelegen is op een heuvel 5 km buiten de stad, met een prachtig uitzicht op de omringende heuvels. De dag wordt afgerond met een heerlijke tofumaaltijd in een Koreaans fastfoodrestaurant dat qua kwaliteit niet moet onderdoen voor het familierestaurant "Bibimbap".
De volgend werkdagen worden door deze verwendag iets milder ingevuld, vooral door het onderscheid dat gemaakt wordt tussen binnen- en buitenlanders, wat ik niet echt correct vind. De huiduitslag herstelt traag, maar er wordt energie verwacht. We moeten hooien. Een enorme heuvel die hoog begroeid is moet kaal geschoren worden met de klassieke sikkel. In deze hitte en vochtigheid een vermoeiende zaak. Zij die over geen sikkel beschikken binden het hooi samen tot balen.
's Avonds is er steeds een vergadering en een ontspanningssessie waarin heel wat gelachen wordt omdat lichaamstaal troef is waar de voertaal tekort schiet.
Na de eerste werkweek gaan we met de nachttrein naar Seoul waar we in de ochtenduren de nachtmarkt bezoeken. Deze miljoenen stad is één grote markt, maar 's nachts zijn het de eigenaars die de markt beheersen, overdag de helpers.
Wij zijn echt moe als we 's ochtends op de leliekwekerij aankomen en ons tot de lunch mogen te ruste leggen. We eten staande aan lange schragen samen met een groep soldaten die komen helpen, want die dag worden duizenden lelies uitgevoerd naar Japan.
De groep buitenlanders, die in Jeonju slechts uit 4 Ieren, 1 Finse, 1Duitser en 1 Belg bestond, wordt aangevuld met 1 Belg, 1 Finse, 1Duitser, 1 Zweedse en 1 Japanner. De groep Koreanen is weer talrijk; soms zijn we met 40 medewerkers. Gezelligheid troef, er wordt véél gelachen en het werk is zeer afwisselend. Uiteraard wordt er gewied maar we worden ook betrokken bij het echte "bloemenwerk". Een vijftal families vormen een 'coöperatief' dat verspreid ligt over meerdere vierkante km. Soms worden we verdeeld in verschillende groepjes om de internationale samenwerking te bevorderen. Er wordt weinig rekening gehouden met licht of zwaar werk; zelfs oudere deelnemers (zoals ik) worden ingeschakeld voor onprettige nachtdienst. Terwijl anderen dat voor middernacht mogen doen, zit ik tussen 2 en 3 uur 's nachts buiten te niksen. Sommige werkjes zijn zéér makkelijk zoals bloemblaadjes plukken zodat de harde gedroogde bol overblijft. Zeer decoratieve droogboeketten worden hiermee gevormd. Andere taken zijn bloembollen uit de aarde woelen, zodat je handen zelfs met handschoenen constant vuil zijn en je voortdurend op je knieën moet zitten...
De prettigste werkdagen zijn wanneer de ganse groep met de volledige families, drie generaties, de geplukte bloemen die bewaard worden in koelkamers, ontdoen van overtollig blad en ze sorteren om er daarna boeketten van te maken. De grote betonnen werkhall met twee immense koelkamers geurt naar de lelies en ligt bedolven onder het groen van de afval en de open bloemen, want enkel bloemen in knop worden verwerkt en verpakt. Zelfs tijdens de lunch blijft het groene bladertapijt liggen en eten we in een heel andere sfeer dan wanneer de grond gereinigd is...
De meest aparte taak die we te doen krijgen -en daar komen de bankiers en andere zakenlui ons helpen- is, in een enorme serre waar alle bloemen openstaan zodat een heerlijk parfum je bedwelmt, de bloemen afbreken om de plant te sterken. Ooit hielp ik in Z. Frankrijk bij het castreren van maïs om de plant verbruikbaar te maken voor mensen. Niet gecastreerde maïs wordt enkel verorberd door dieren. Ik kan het niet nalaten hierover te denken, te praten en te schrijven nadat ik urenlang de grillige bloemen breek en ze in m'n mand op de grond gooi.
Korea is dualiteit
Iets wat ik miste was de echte deelname in de keuken. Als buitenlanders moesten we met z'n 13 (:2) twee avondmaaltijden bereiden, wat door sommigen leuk en door anderen zeer vervelend werd ervaren. Slechts enkele buitenlanders -waaronder ik- moesten eens mee zeer vroeg opstaan om het ontbijt (dat even uitgebreid was als een lunch of avondmaaltijd) te bereiden.
Al werden we verwend met een rode T-shirt voor het Jeonjukamp, een gele polotrui voor het Seoulkamp en wijn als de buitenlanders kookten, toch was er van enig overleg of democratisch beheer in deze organisatie weinig merkbaar. Alle Koreaanse medewerkers sloofden zich uit om ons naar huis te sturen met de beste herinnering aan hun land, maar we werden betutteld en hadden weinig inspraak. Dit is geen klacht want wij kregen méér dan ik ooit had verwacht, maar uitwisseling betekent ook openstaan voor elkaar. Als oudste en meest ervaren SCI-lid werd ik meermaals geïnterviewd maar de jonge Koreaanse tolk vertoonde soms een arrogantie zoals die in het boek 'The Korean Shock' duidelijk werd uitgeschreven. Z. Koreanen zijn zeer gul, goedlachs, gastvrij en ijverig (harde werkers) maar zij kunnen net zozeer neerkijken op westerlingen; waarschijnlijk door de ervaringen met U.S.A. die hen evenzeer vernietigd hebben als terug opgewerkt.
Naast de twee werkkampen verbleef ik vooraf en nadien enkele dagen in Seoul en probeerde ook enkele ervaringen te toetsen als eenzame toerist. De zomer is niet het uitgelezen seizoen: te warm en te vochtig en dus zeer grijs en mistig.
Zeer goed georganiseerd bereidt Korea zich voor op de ontvangst van de worldcup 2002 samen met Japan. Inchean-airport is het toonbeeld van moderne technologie, omringd door een voorbeeld van hoe de natuur -zowel het water als het land- er nodig is en daarom net zo gesteund moet worden zodat alles in evenwicht bestaat. Het War-memorial en het bezoek aan de D.M.Z. geven niet alleen meer duiding aan de Korean-War maar bezorgen de bezoeker een overzicht van de vele oorlogen die dit kleine land tussen twee grootmachten heeft ondergaan. Daarnaast is het bijna ongeloofwaardig dat Z. Korea de U.S.A. koos als bondgenoot om Vietnam te bestrijden en ook deze periode wordt uitgebreid belicht.
Bijna elke dag is er in Seoul een protestactie, 10 miljoen mensen hebben wel wat op hun lever liggen. Boycot Japanese goods want zij verloochenen de geschiedenis in de boekjes, stakingen omdat gastarbeiders niet op dezelfde eerbare wijze worden behandeld, stakingen van de media omdat de werkdruk te hoog is. Ik was van meerdere persoonlijk getuige. Als ik dan in België hoor, lees en zie dat 20 Koreanen hun pink met een guillotine afsnijden uit protest tegen het bezoek van de Japanse Koizumi aan een monument voor oorlogsslachtoffers omdat daar ook oorlogsmisdadigers geëerd worden...
Alles heeft met alles te maken... op 6 en 9 augustus 1945 werd Japan door de USA met de atoombom geteisterd, 15 augustus 1945 gaf Japan zich over en werd Zuid-Korea van Japan bevrijd.
Vergeten bestaat niet dames en heren
Met mijn gekwetste mond zullen zij blijven zingen.
Pablo Neruda
Els Bastiaens