Panama

Periode: 
nov/1999

WERKKAMP IN PANAMA
Uit het dagboek van Luc De Keersmaecker

Dinsdag 6 juli ’99
Een taxirit door het spitsuur van Panama City. Politieagenten op knalrode moto’s proberen de drukte van het spitsuur in goede banen te leiden. Overal hoogbouw en in de baai een skyline zoals in New York.
Ik kom als laatste aan op het kantoor van CEALP. CEALP is een organisatie die zich voor de belangen van de oorspronkelijke bewoners van Panama, de indianen, inzet. De andere drie SCI vrijwilligers, Xavier uit Spaans-Baskenland, Asta uit Finland en Yvan uit Bretagne zijn hier reeds vroeger aangekomen. Ieder van ons zal naar een ander dorp gestuurd worden. De anderen hebben hun keuze al gemaakt. Ik kan kiezen tussen werk in een schooltje of bij een agrarische gemeenschap. Beide gemeenschappen zijn Kuna-stammen. Ik kies voor het landbouwdorp. In een school sta ik immers al genoeg.
Evenals de andere vrijwilligers neem ik mijn intrek in het hotel Central, gebouwd ten tijde van het Panamakanaal. Ooit was het een sjieke bedoening. Nu is het compleet vervallen, en in het achterste gedeelte zitten families die er permanent wonen. De hele nacht lang is er kabaal alsof het markt is.

Woensdag 7 juli ’99
Samen met Aresio, een medewerker van CEALP, en de Finse Asta, onderneem ik een busrit van 5 uren. We rijden tot aan de brug over de Ipiti-rivier. Hier wonen 2 indianengemeenschappen. Aan de noordkant van de brug bevindt zich het dorpje Ipiti-Kuna. Hier woont de Kuna-stam, de meest traditionele en meest talrijke gemeenschap. Aan de zuidkant van de brug heb je de Choco-indianen, een groep die zich iets meer aan de westerse gewoonten heeft aangepast. De indianen van de Kuna-stam wonen in grote hutten bedekt met palmbladeren en ze slapen in hangmatten. De andere gemeenschap woont in paalwoningen van hout en men slaapt er op een houten vloer.
Asta zal in het paaldorp verblijven, ik in Ipti-Kuna.
Ik krijg een hangmat in de hut van de Casique, het hoofd van de stam. Hij woont er samen met zijn vrouw, de 3 gezinnen van zijn dochters en een paar andere familieleden. In totaal zijn ze met zestien. Ik installeer mijn muskietennet en ga met Aresio naar de dagelijkse bijeenkomst van de stam in de gemeenschappelijke hut. Elke dag om 17u houden ze hier ‘congreso’, een religieuze bijeenkomst gevolgd door een vergadering. In het midden van de zaal liggen de dorpsouderen, de chefs, in hangmatten met de vrouwen en kinderen er rond op houten banken. De andere mannen zitten met hun rug tegen de wand, eveneens op houten banken. De vrouwen zitten bij olielampen te borduren of kralen te rijgen, terwijl de kinderen liggen te dutten. Een aantal mannen weven manden of hoeden. Maar het grootste deel van de mannen zit te babbelen of valt in slaap. Een aantal oudere vrouwen roken pijpjes en de mannen sigaretten. Iedereen is op zijn best gekleed. De vrouwen dragen hun kleurrijke traditionele kledij en de mannen zijn gekleed in westerse broek met fel gekleurd effen hemd en geweven Panama hoed.
De ceremonie begint. Eerst een uur traditionele gezangen, regelmatig overstemd door een oudere man met stok vol cactusspinnen. Hij schreeuwt luidkeels dat iedereen wakker moet blijven en stil moet zijn. Het volgende uur worden de zangen vertaald en geïnterpreteerd door oudere mannen met forse stem. Daarna wordt er gedebatteerd over meer wereldse zaken. Vandaag is er een probleem met een stuk grond van iemand van de stam. Hoe de vork in de steel zit, kom ik niet te weten. Het Spaans van Aresio is niet altijd makkelijk te begrijpen. Het debat sleept uren aan. Elke oudere man moet immers 20 minuten zijn zeg doen.
Het is uiteindelijk 23u als Aresio, in Kuna-taal, mij voorstelt en de bedoeling van mijn verblijf aan de gemeenschap uiteenzet. Tenslotte stel ik me zelf voor in het Spaans. Maar ik heb niet de indruk dat iedereen alles begrepen heeft.
Als ik in mijn hangmat kruip, begint mijn maag te rommelen. De Kuna’s eten ‘s avonds niets. Tijdens het congreso drinken ze alleen chicha en ananassap door jonge meisjes rondgedragen. Chicha is geplette banaan gekookt in water, dus veilig voor mijn buik. Het smaakt een beetje zoals milkshake.

Donderdag 8 juli ’99
Ik had niet gedacht dat ik zo goed zou slapen in een hangmat. Wel ben ik een paar keer wakker geworden door een klok (die hier als een pronkstuk aan een paal van de hut hangt). Elk uur maakt ze een kitscherig muziekje, telkens een ander: van "o, Suzanna" tot "My darling Clementine".
Heel de familie gaapt me met grote ogen als ik mijn lenzen indoe. Dat hebben ze hier nog nooit gezien. De Casique vraagt me of ik er ook geen paar heb voor hem.
Of ik kan paardrijden, vraagt Edoardo. Edoardo is de kleinzoon van Casique. Hij is 15 en verliet vorig jaar de schoolbanken. Zijn Spaans is behoorlijk. De andere familieleden spreken alleen Kuna. Even later rijden we te paard door de dichte jungle. Zijn vader, Placido, baant ons een weg met de machette. De moeder van Edoardo stierf 2 jaren geleden aan een zware ziekte. Ze liet 3 zonen en 2 dochters achter. Zij wonen nu allemaal bij hun grootmoeder. Hier heerst immers een matriarchaal systeem. De dochters en hun kinderen blijven bij de familie van de moeder wonen. De schoonzonen komen bij de familie van hun echtgenotes inwonen. De vader van Edoardo is inmiddels hertrouwd en woont bij de familie van zijn nieuwe vrouw.
Het pad dat we volgen wordt steeds nauwer. Takken zwiepen in mijn gezicht. Dan steken we de Ipiti-rivier over en beklimmen we een heuvel. Plots horen we geritsel in de struiken: een slang van wel 3 meter lang steekt het bergpad over vlak voor mijn neus. Gelukkig schrikt mijn paard niet en blijf ik in het zadel. Op de top van de heuvel groeien palmbomen met grote bladeren. Placido hakt de bladeren van de bomen. Wij (Eduardo en ik) moeten ze exact in midden doorscheuren en op stapels tussen vier stokken leggen. Met de schors van de stokken bindt Pacido de bladeren samen en vervolgens op de paarden. De bladeren zullen dienen om het dak van de nieuwe congreso-hut te bedekken. Op de terugweg zwemmen we in de rivier. Zalig, met al dat gezweet! Edoardo haalt zijn snorkel en harpoen boven en begint op vissen te jagen. Hij komt uiteindelijk met 2 exemplaren naar boven. ‘s Avonds maakt Rumelia, de dochter van de casique, de vis samen met gebakken banaan voor mij klaar. Heel lekker!
In de namiddag maak ik kennis met Mirna, één van de plaatselijke onderwijzeressen. Ze nodigt mij en Asta uit om deze avond naar een optreden te gaan van Plumas Negras, de populairste groep hier in Panama. De groep treedt op in Torti ongeveer 30 km van de Colombiaanse grens. We wachten meer dan één uur op de bus die niet komt opdagen en worden bijna opgevreten door de vele muggen. Uiteindelijk krijgen we een lift van een vrachtwagenchauffeur. Het optreden valt best mee. Je betaalt 1$ om binnen te komen, maar als je wil dansen betaal je wel 6* extra. Voor de vrouwen is het hier gratis. Pas om 3u lig in mijn hangmat, het zal morgen zwaar worden om met mijn houten kop op mijn paard te kruipen.

Printer-friendly versionSend to friendPDF version
sitemap